Shikoku’s pelgrimsroute……
op de
fiets langs 88 tempels.
Impressies van een henro (Oktober 2009)
Tekst en foto's:
Jan-Willem
Paijens
 |
Deze kaart werd ter beschikking gesteld
door Dave Turkington
zie ook: Shikoku
henro op Google Maps.
Het bergweggetje is keurig geasfalteerd en slingert
zich
rondom
de berg
stijl omhoog. Ik loop met mijn fiets aan de hand - ondanks
de achttien versnellingen lukt het fietsen al lang niet meer.
Kromgebogen over het stuur duw ik m’n tweewieler, inclusief
bagage, omhoog. Als je jezelf hoort ademen, loop je te snel, zeggen
kenners. Ik hijg en zweet als een paard, maar nog langzamer lopen kan
bijna niet. Vandaag is mijn doel de hooggelegen tempel Iwayaji te
bereiken. Hij staat bekend als een zogenaamde
“nansho”, een moeilijk bereikbare plek. Ik merk het. In de volgende
haarspeldbocht zie ik een bordje: nog 5
kilometer….. Het zijn de momenten waarop je je afvraagt waarom je
het eigenlijk allemaal doet.
Ik ben op Shikoku, het kleinste van de vier belangrijkste eilanden
waaruit Japan bestaat, en ik fiets Shikoku’s twaalfhonderd
kilometer lange pelgrimsroute langs achtentachtig boeddhistische
tempels. Ik ben nu al bijna drie weken onderweg, en Iwayaji is de
45ste tempel op de route. |
Dwalingen
Elk jaar
leggen zo’n honderdvijftigduizend Japanners, en een toenemend aantal
buitenlanders, deze wekenlange tocht af. Het is een cirkelvormige
route. Je keert dus uiteindelijk
terug waar je
begon. Men zegt wel, achtentachtig tempels voor achtentachtig
menselijke misvattingen, of dwalingen.
|
 |
Bij elke tempel die je bereikt,
zou je weer een dwaling minder hebben. Het doet denken aan het
aflaatsysteem binnen de katholieke kerk, waar straffen voor al vergeven
zonden kunnen worden kwijtgescholden.
Pelgrims treden in de voetsporen van Kobo Deishi (774-835),
Japan’s belangrijkste monnik, die in de 9e eeuw het Shingon
boeddhisme van China naar Japan bracht. Het telt daar nu tien miljoen
volgelingen, en het is buiten Japan alleen nog in Tibet te
vinden.
De Shikoku route is tot in de kleinste details uitgestippeld in een
prachtig kaartenboek, inclusief een lange lijst met alle
hotelletjes, pensions en andere plekken waar pelgrims goedkoop
kunnen overnachten. Dat is voor de fysieke route. Voor de pelgrims die
zich ook op de
spirituele route wagen is er een ander soort kaart, de
“Hannya-shingyo”, oftewel de Hart Sutra, die bij alle
tempels uitgebreid wordt gereciteerd. Het is de belangrijkste sutra van
het Mahayana boeddhisme, met als kern dat in de ultieme realiteit er
alleen maar leegte is. Niets is permanent, alles is tijdelijk.
|
Rotstuin van de tempel
Kongobu-ji, hoofdkwartier van de Shingon school in Koya-san, in
Wakayama.
Kobo Deishi ligt in Koya-san begraven. |
|
Verlichting
Het idee achter de Shikoku pelgrimstocht is dat het pelgrims de tijd
geeft om de Hart Sutra te overdenken en tegen de tijd dat ze bij tempel
achtentachtig zijn misschien echt te begrijpen en - wie weet - ook nog
verlicht te
worden. Het Shingon boeddhisme leert tenslotte dat
verlichting zelfs gedurende ieders menselijk leven mogelijk zou
zijn……
En dus kocht ik in Tokushima voor een zacht prijsje een mountainbike
van Chinese makelij, maar inclusief een degelijke Japanse Shimano
versnelling, in de hoop de tocht daarmee in grofweg een maand te kunnen
voltooien. Traditioneel liepen pelgrims altijd de hele
route. Tegenwoordig
doen dat er niet veel meer.
Het is fysiek zwaar, en het kost je
toch gauw zes tot acht weken. Het gros van de pelgrims laat zich
nu relaxt per tourbus of eigen auto langs de tempels voeren. Ik wilde
de fysieke uitdaging niet uit de weg gaan, en koos voor de fiets. Op
weg naar Iwayaji, in de berm van de weg ergens
uithijgend, vraag ik me echter af of dat een goede
beslissing is geweest.
Shikoku is administratief verdeeld in vier prefecturen, en ik ben nu in
Ehime, in het noordwesten van Shikoku. In de pelgrimswereld wordt
het ook wel “Bodai Dojo” genoemd , oftewel een
trainingsplek voor het bereiken van verlichting. Verlicht ben ik
helaas nog steeds niet, maar ik heb ondertussen wel geleerd dat de
Shikoku tempel route geen relaxte fietsvakantie is. |

|
|
Oase
De tempels zelf zijn echter een oase van rust, mede door alle
ceremoniële handelingen waarmee je bij elke tempel een aardig
tijdje zoet bent. Het varieert van het met een beetje water
reinigen van je handen en mond (opdat je rein en puur de
tempelgrond betreedt); het luiden van de tempelklok (teneinde de
boeddha en de tempelgoden te laten weten dat je bent
gearriveerd); het geven van een geldelijke donatie; het aansteken van
wierook en kaarsjes tot en met het schrijven van de
“ofuda”, een papiertje waarop je je naam, adres, leeftijd
en ook een wens vermeldt. En natuurlijk reciteren pelgrims bij de
tempels de Hart Sutra, plus een aantal andere sutra’s en
mantra’s.
Vanochtend ben ik om 7 uur vanuit een kleine minshuku vertrokken.
Minshuku’s zijn kleine familie pensionnetjes in Japanse stijl,
dus je slaapt op een tatami mat. Het is ideaal voor het krijgen
van tips voor je verdere reis, en je krijgt bovendien een kijkje in de
Japanse huishouding. Als je eenmaal weet waar alle plastic slippertjes
in een Japans huis voor dienen, en niet te gegeneerd bent om samen met
andere gasten in bad te zitten, dan is het erg gezellig. Voor wie
ook van de Japanse keuken houdt, zijn de maaltijden een waar feest.
Helaas is het ontbijt vaak onvoldoende om daarna fysiek flink aan de
bak te kunnen. Bij menig 7-Eleven buurtwinkel sla ik dan ook
geregeld extra rijst, chocolade of andere versnaperingen in.
|
|
|
Gedachtenkronkel
De weg begint al snel te stijgen; er lijkt geen einde aan te
komen. De zon brandt onbarmhartig op m’n kop. Bij
elke volgende haarspeldbocht hoop ik vergeefs de weg omlaag te zien
gaan. In de laagste versnelling rijdend, kom ik maar metertje voor
metertje vooruit. Ik probeer aan de Hart Sutra te denken. OK, ik
trap me rot, maar het is toch allemaal maar tijdelijk? En dat ik ervan
baal, is een gedachtekronkel waar ik vanaf moet. Probeer ervan te
genieten! Het fietsen gaat er jammer genoeg niet sneller of
makkelijker door, maar na een uur ben ik wel deze “col de
Shikoku” voorbij.
Rond tienen ben ik bij Mikawa, dat een soort laatste steunpunt lijkt te
zijn waar iedereen nog even snel wat fourageert. Ik ben niet de
enige. Ik zie een |
 |
clubje pelgrims in een
stoere lederen outfit op
de motor en een groep oudere pelgrims die met de bus is; de meesten
staan er echter met hun eigen auto. Pelgrims die het op eigen kracht
doen, zijn er weinig. Een handvol lopers, en zelf ben ik de enige
fietser.
Het gros van de pelgrims is in het wit gekleed en loopt
met de “kongozue”, een soort lange wandelstok, die als de
belichaming van Kobo Deishi wordt gezien. Men zegt daarom ook wel dat
je als pelgrim nooit alleen bent op de route - Kobo Deishi vergezelt
je. Sommigen hebben ook een conische strohoed op. Het oogt voor
westerlingen allemaal wat excentriek. Zelf heb ik alleen het
witte pelgrimsjasje aan en de ”wagesa”om mijn nek, een
soort priestersstola, die aangeeft dat je een pelgrim bent.
Na wat rijst voor de broodnodige koolhydraten naar binnen te hebben
gepropt, zit ik weer op de fiets. Natuurlijk stijgt de weg al weer. Al
snel zoeven de in het leder geklede pelgrims me voorbij, gevolgd door
de
Toyota’s en de bussen vol met dagjespelgrims. Het is soms
moeilijk dan niets lelijks te denken…….. De weg naar
verlichting is lang en moeizaam.
|
Het uitzicht op weg naar
de hooggelegen Shikoku tempel Yokomineji, nummer 60 van de route.
|
|
De Hondo van de
tempel Maegamiji, gelegen op de berg Ishizuchi, waar vroeger geen
vrouwen toegelaten werden. Tegenwoordig geldt die restrictie alleen op
de eerste dag
van elke maand. Het is tempel nummer 64 op de
Shikoku route.
|
|

De Daishido van de
tempel Maegamiji.
|
|
|
|
Toegangsweg van de
tempel
Shosanji, nummer 12 op de Shikoku route, en een van de
moeilijkst
bereikbare tempels.
|
|

Poort van de tempel
Shosanji.
|
|
|
|

|
 |
 |
| Metershoog
standbeeld van Kobo Daishi (744-835)
uitkijkend op zee. Op weg naar tempel 24, Hotsumisakiji, in
Kochi, aan de zuidkust van Shikoku. |
|
|
|

|
Twee
foto’s van zogenaamde "Nio" (Japans voor goedmoedige koningen), en ze
staan als een soort beschermheren altijd aan weerszijden van de
"Niomon" (de hoofdingang van de tempel). Volgens de overlevering is het
hun taak om duivels en dieven uit de tempels te weren.

Ze
staan vaak achter gaas, wat ik eerst voor het fotograferen jammer
vond; later vond ik het juist bijdragen aan het idee, van een groot
"monster" achter "tralies" dat zonodig kan worden losgelaten om de
duivel(s) uit de tempel te weren......
|
|